Artikel 9
Artikel 9: Reglementen
1. Het bestuur is bevoegd een of meer reglementen vast te stellen ter regeling van onderwerpen die in de wet of deze statuten niet zijn geregeld.
2. Een reglement mag geen bepalingen bevatten, die in strijd zijn met de wet of deze statuten.
Artikel 10
Artikel 10: Statutenwiiziging
1. Het bestuur is bevoegd de statuten, uitgezonderd de doelstelling, te wijzigen.
2. Het besluit van het bestuur tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een voltallige vergadering van het bestuur. Is de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen, doch ongeacht het aantal aanwezigen.
3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval tenminste twee weken. Het bepaalde in artikel 6 lid 2. derde zin is van overeenkomstige toepassing.
4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariele akte is opgemaakt. Ieder der bestuurders is bevoegd deze akte te doen verlijden.
5. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel en Fabrieken gehouden Handelsregister.
| Terug naar overzicht | Volgende pagina |
Artikel 11
Artikel 11: Ontbinding en vereffening
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in het voorgaande artikelleden 2 en 3 van overeenkomstige toepassing.
3. Het bestuur is met de vereffening belast, tenzij bij het besluit tot ontbinding een of meer andere vereffenaars zijn benoemd.
4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het in lid 5 van het voorgaande artikel bedoelde register.
5. Het bestuur stelt bij het besluit tot ontbinding de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast.
6. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voorzover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden in liquidatie.
7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzingter inschrijving op te geven in het in lid 5 van het voorgaande artikel vermelde register.
| Terug naar overzicht | Volgende pagina |




