LNVH

Beleid Beïnvloeden

Nog meer en uitgebreider dan tot nu toe zal het LNVH bestuur invloed proberen uit te oefenen bij de totstandkoming en de uitvoering van beleid met betrekking tot de positie van vrouwen in de wetenschap. Het bestuur zal daartoe overleggen met de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), de Koninklijke Academie van Wetenschappen (KNAW), de Vereniging van Samenwerkende Universiteiten (VSNU), en met de politieke en ambtelijke leiding van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW).

Vanaf 2006 werd het jaarlijkse contact met de voorzitters van NWO, KNAW, VSNU en de minister van OCW goed onderhouden. Dit gebeurde meestal op afspraak, maar ook wel incidenteel, bijvoorbeeld door het bijwonen van een door de betreffende instantie georganiseerde activiteit of door persoonlijke ontmoetingen. In 2006 is in gezamenlijk overleg veel tijd en energie gestopt in het schrijven van een onderzoeksvoorstel om financiën te verwerven voor langdurige activiteiten. Deze inspanning werd op 8 november 2006 beloond met subsidietoezegging van OCW.

Inmiddels is een zeer nauw overleg opgestart tussen beleidsmedewerkers van OCW, NWO, KNAW, VSNU en LNVH. Gezamenlijke bijeenkomsten, themadagen met workshops en planningen rondom het Charter ‘Talent naar de Top' zijn in de maak. Elk van deze beleidsmedewerkers heeft een directe lijn met eigen achterban en de top van die achterban.

Het jaar 2008 was het jaar van twee belangrijke Taskforces: de Taskforce ‘Talent naar de Top' met het Charter ‘Talent naar de Top' voor het bedrijfsleven en het Hoger Onderwijs (met als ambassadeur van Talent naar de Top Sybilla Dekker); en de Taskforce ‘Talent naar de Top in de  Zorg.' Bij beide Taskforces is het LNVH nauw betrokken. Voor wat betreft de eerste om het Charter zoveel mogelijk te promoten bij universiteiten en gerelateerde organisaties als KNAW, NWO, VSNU. Voor wat betreft de tweede om de positie en doorstroom van vrouwen aan de top in de gezondheidszorg aan de orde te stellen.

Het LNVH heeft naast de reguliere overleggen met OCW, KNAW, NWO, VSNU, CvB's en Rectorencollege, in 2009 ook een bezoek gebracht aan het disciplineoverleg van decanenvoorzitters en aan de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). De begonnen samenwerking op het gebied van vrouwennetwerken met de KNAW zal verder worden uitgewerkt en uitgebreid. Idem geldt dit voor de samenwerking met de VSNU, de Stichting de Beauvoir (samenwerking bij de totstandkoming van de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2009), NWO (organisatie gezamenlijke activiteiten), OCW (Charter ‘Talent naar de Top', waarvoor OCW en LNVH samenwerkten in de organisatie informatiebijeenkomst op 4 maart 2009 bij OCW), etc.

Rondes langs Colleges van Bestuur

Naast de bovengenoemde bezoeken, heeft het LNVH ook jaarlijks een gesprek met de CvB's van alle universiteiten.

In de periode najaar 2003 - begin 2005 voerden LNVH bestuursleden kennismakingsgesprekken met de CvB's van 14 universiteiten. Ook werd het LNVH uitgenodigd aanwezig te zijn bij een zitting van  het Rectoren College. December 2006 werd gestart met een tweede ronde langs alle CvB's. Het doel van deze ronde was niet een kennismaking, maar een dialoog tussen CvB en LNVH te bewerkstelligen, zodat binnen die universiteit tot verdere maatregelen kan worden gekomen en de evenredige vertegenwoordiging van vrouwen kon worden bevorderd. Begin 2008 werd de Tweede Ronde afgesloten met een rapportage tijdens een zitting van  het Rectoren College. Vanaf september 2008 werd dan de Derde Ronde CvB bezoeken gestart. De werkwijze is inmiddels: alle lokale vrouwelijke hoogleraren ontvangen een uitnodiging voor een bijeenkomst voorafgaand aan het CvB gesprek op de betreffende universiteit. Tijdens deze bijeenkomst wordt input verkregen over de lokale situatie/positie van vrouwelijke hoogleraren. Tijdens het direct daaropvolgende CvB gesprek wordt deze input ingebracht. Naast de twee LNVH bestuursleden (waarvan een altijd aanwezig is en de andere rouleert) en de senior beleidsmedewerker van het LNVH (standaard aanwezig) zijn daarbij maximaal twee/drie lokale hoogleraren aanwezig. Van beide bijeenkomsten wordt een verslag gemaakt.  Het verslag van het CvB gesprek wordt verspreid onder de betrokkenen.

Met de resultaten van de CvB gesprekken kan veel worden gedaan: betere strategieën en daaruit afleidbare actiepunten kunnen op basis daarvan worden ontwikkeld. Tevens kunnen daaruit ‘Best Practices' (zie PDF "Best Practices voor universitair vrouwenbeleid") gedestilleerd worden, die uiterst nuttig zijn voor vruchtbaar beleid. De verslagen van de drie rondes (de derde ronde is begin februari 2009 afgesloten) omvatten belangrijke informatie waarmee in beginsel veel kan: het diversiteitsbeleid van universiteiten doorlichten, adviezen uitbrengen ten aanzien van het diversiteitsbeleid (aanbevelingen doen), zeker in relatie tot de urgentie die universiteiten gaan voelen wanneer zij de Charter ‘Talent naar de Top' ondertekenen en hun eigen diversiteitsbeleid moeten formuleren c.q. aanscherpen/herijken. Het document "Best Practices" is voor aangeslotenen in te zien op Extranet onder "LNVH nieuws"